ECLI:NL:RBDHA:2023:16010, Rechtbank Den Haag, 10-02-2023, C/09/639028/KG RK 22-1430 — RBDHA:2023:16010
Samenvatting
De eerste twee gronden zijn te laat aangevoerd. De derde grond is in feite een klacht over de manier waarop de rechter regie heeft gevoerd, terwijl niet van bijzondere omstandigheden is gebleken. De vierde en vijfde grond betreffen de subjectieve beleving van verzoekster; zij heeft geen enkele concrete objectieve onderbouwing van dit standpunt aangevoerd. De zesde grond is tardief en wordt daarom niet in de beoordeling betrokken. De zevende grond heeft verzoekster ook onvoldoende concreet onderbouwd. Verzoek tot wraking wordt niet-ontvankelijk verklaard/afgewezen.
Betrokken advocaten
mr. H.J. Vetter
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:17368, Rechtbank Den Haag, 08-09-2025, C/09/684630 / HA RK 25-216
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:17428, Rechtbank Den Haag, 01-11-2023, C/09/645987 / HA ZA 23-340
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:13821, Rechtbank Den Haag, 13-09-2023, C/09/652124 / KG ZA 23-687
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2023:4090, Rechtbank Rotterdam, 12-04-2023, C/10/639019 / HA ZA 22-450
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Goederenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 februari 2023
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/09/639028/KG RK 22-1430
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:16010