ECLI:NL:RBDHA:2024:11816, Rechtbank Den Haag, 26-07-2024, C/09/662676 / FA RK 24-1711 en C/09/669226 / FA RK 24-4928 — RBDHA:2024:11816
Samenvatting
Meervoudige kamer over ouderlijk gezag. 1:266 BW. 8 EVRM. 3 IVRK. Het gezag van de vader wordt beeindigd, het gezag van de moeder niet. Naar het oordeel van de rechtbank vormt beëindiging van haar gezag op dit moment geen gerechtvaardigde inmenging in het privé- en gezinsleven, zoals voortvloeit uit artikel 8 EVRM. De belangen van de minderjarige worden ook niet geschaad als zij haar gezag behoudt. Dat is ten aanzien van de vader anders.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:24600, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, C/09/692520 / FA RK 25-7469
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13124, Rechtbank Rotterdam, 17-09-2025, C/10/687976 / FA RK 24-7835
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:9222, Rechtbank Rotterdam, 17-06-2025, C/10/696081 / JE RK 25-534 en C/10/700031 / JE RK 25-1021
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:21497, Rechtbank Den Haag, 17-12-2024, C/09/676642 / FA RK 24-8651
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 juli 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/09/662676 / FA RK 24-1711 en C/09/669226 / FA RK 24-4928
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:11816