ECLI:NL:RBDHA:2024:14701, Rechtbank Den Haag, 11-07-2024, 23/5189 en 23/4709 — RBDHA:2024:14701
Samenvatting
Intrekking en terugvordering AIO. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat vanaf 1 februari 2023 sprake is van een gezamenlijke huishouding. Daarom was vanaf 1 februari 2023 de AIO-aanvulling naar de norm voor een gezin van toepassing. Het vermogen van mw. S. was daarom relevant voor de vaststelling van het recht op AIO-aanvulling. Eiser heeft niet aan het verzoek om informatie voldaan. Zonder die informatie kon verweerder het recht vanaf 1 februari 2023 niet vaststellen. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank daarom op de juiste gronden het recht op AIO-aanvulling vanaf 1 februari 2023 ingetrokken en over de maanden februari, maart en april 2023 teruggevorderd tot een bedrag van € 1.024,84. Verweerder heeft de toegekende dwangsom terecht verrekend met de terugvordering.
Betrokken advocaten
W. van den Berg
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:22838, Rechtbank Den Haag, 04-12-2025, 25/1268
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:833, Centrale Raad van Beroep, 28-05-2025, 23/2877 WIA-T
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:3062, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-05-2025, 200.350.458
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2024:22056, Rechtbank Den Haag, 10-12-2024, 23/7377
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 juli 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
23/5189 en 23/4709
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:14701