ECLI:NL:RBDHA:2024:14750, Rechtbank Den Haag, 29-08-2024, C/09/670305 / JE RK 24-1394 — RBDHA:2024:14750
Samenvatting
De gecertificeerde instelling heeft tijdens de zitting toegelicht dat alle middelen binnen de ondertoezichtstelling zijn uitgeput, met uitzondering van een uithuisplaatsing. De kinderrechter begrijpt de gecertificeerde instelling dan ook zo dat bij afwijzing van het verzoek om een machtiging uithuisplaatsing, de ondertoezichtstelling geen meerwaarde meer zou hebben. De kinderrechter vindt dat de gecertificeerde instelling dit onvoldoende onderbouwd heeft, en ziet ook los van een eventuele uithuisplaatsing meerwaarde in een verlenging van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van de minderjarige verlengen, maar doet dit voor de duur van zes maanden, en houdt het verzoek voor het overige aan. De kinderrechter ziet nog mogelijkheden binnen de ondertoezichtstelling, maar het hangt af van de inzet van alle betrokkenen of die mogelijkheden voldoende benut worden. De kinderrechter ziet daarin aanleiding om over een half jaar te bezien of de ondertoezichtstelling daadwerkelijk (nog) meerwaarde heeft.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:6468, Rechtbank Den Haag, 26-03-2026, 09-245788-24 en 09-030680-26 (ttz. gev.)
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2719, Rechtbank Den Haag, 12-02-2026, 09-275869-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:3055, Rechtbank Den Haag, 12-02-2026, 09/072772-24 en 16/094987-25 (ttz. gev.)
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:4658, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, C/09/697767 / JE RK 26-71
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 augustus 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/09/670305 / JE RK 24-1394
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:14750