ECLI:NL:RBDHA:2024:14800, Rechtbank Den Haag, 18-09-2024, C/09/664938 / HA ZA 24-338 — RBDHA:2024:14800
Samenvatting
Twee bevoegdheidsincidenten (artikel 1022 Rv). Een beroep door een niet-contractspartij op een overeenkomst tot arbitrage kan hoogstens slagen, indien de positie van deze niet-contractspartij verwant is aan die van een rechtsopvolger van een contractspartij bij die overeenkomst tot arbitrage. Dat is in deze zaak niet aan de orde.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:1821, Gerechtshof Amsterdam, 15-07-2025, 200.339.629/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:129, Gerechtshof Amsterdam, 21-01-2025, 200.326.436/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2024:14748, Rechtbank Den Haag, 18-09-2024, C/09/609169 / HA ZA 21-281
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:8779, Rechtbank Rotterdam, 04-09-2024, C/10/671283 / HA ZA 24-1
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
18 september 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Burgerlijk ProcesrechtZaaknummer
C/09/664938 / HA ZA 24-338
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:14800