ECLI:NL:RBDHA:2024:1998, Rechtbank Den Haag, 31-01-2024, C/09/659316 / KG ZA 24-6 — RBDHA:2024:1998
Samenvatting
Kort geding. Eiseres vordert opheffing van het door gedaagden ten laste van haar gelegde beslag. De vordering wordt afgewezen. Het achterwege laten van informatie in het beslagrekest en in de bodemprocedure vormt geen zelfstandige grond voor de opheffing van het beslag. Van een bedoeling de voorzieningenrechter te misleiden op essentiële punten is niet gebleken. Nu de vordering in de hoofdzaak is afgewezen kan, bijzondere omstandigheden daargelaten, van de (summierlijk gebleken) ondeugdelijkheid worden uitgegaan, maar dat betekent niet dat de vordering tot opheffing van het beslag zonder meer toewijsbaar is. Ook in zo'n geval moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. Dat in de hoofdzaak al uitspraak is gedaan, moet daarbij worden meegewogen. De belangenafweging valt uit in het nadeel van eiseres.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:46, Centrale Raad van Beroep, 15-01-2026, 24/1619 WMO15
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2026:410, Raad van State, 13-01-2026, 202407850/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13945, Rechtbank Rotterdam, 04-12-2025, ROT 21/6005
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13396, Rechtbank Rotterdam, 17-11-2025, ROT 22/1753
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 januari 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/09/659316 / KG ZA 24-6
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:1998