ECLI:NL:RBDHA:2024:21505, Rechtbank Den Haag, 28-11-2024, C/09/673915 / KG ZA 24-953 — RBDHA:2024:21505
Samenvatting
Kort geding, executiegeschil; vordering tot schorsing tenuitvoerlegging alimentatiebeschikking afgewezen, aangezien er geen sprake is van een kennelijke misslag en de man niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn belangen bij schorsing van de tenuitvoerlegging zwaarder wegen dan het belang van de vrouw bij betaling van de door de rechtbank vastgestelde bijdrage in haar levensonderhoud. De man wordt in de proceskosten veroordeeld, omdat de vrouw zich drie keer in korte tijd heeft moeten verweren tegen de vorderingen van de man, zonder dat sprake is van een heldere onderbouwing van zijn financiële situatie.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:4005, Rechtbank Rotterdam, 25-03-2025, C/10/622111 / FA RK 21-5404 en C/10/625622 / FA RK 21-7027 en C/10/6523
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHDHA:2024:1360, Gerechtshof Den Haag, 10-07-2024, 200.337.268/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:22207, Rechtbank Den Haag, 24-10-2023, C/09/650480 / FA RK 23-4945
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:1456, Gerechtshof Amsterdam, 27-06-2023, 200.312.871/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 november 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/09/673915 / KG ZA 24-953
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:21505