ECLI:NL:RBDHA:2024:6891, Rechtbank Den Haag, 08-04-2024, C/09/663262 / FA RK 24-1987 — RBDHA:2024:6891
Samenvatting
Verzoekster stelt zich op het standpunt dat de zorgvormen het toedienen van medicatie, het beperken van de bewegingsvrijheid en de opname in een accommodatie niet verleend hadden mogen worden. Door en namens verzoekster wordt verzocht om haar klacht over de beslissing tot het toepassen van verplichte zorg in de vorm van het toedienen van medicatie, het beperken van de bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie gegrond te verklaren en de beslissing van de klachtencommissie te vernietigen. Voorts verzoekt verzoekster de rechtbank om nader onderzoek in te stellen middels een contra-expertise, bij voorkeur door professor Jim van Os verbonden aan het UMC Utrecht, dan wel een door hem aangewezen collega. De rechtbank stelt vast, mede gelet op de beschikking van 18 december 2024 waarbij een aansluitende zorgmachtiging is verleend die kracht van gewijsde heeft, dat bij verzoekster sprake is van een psychische stoornis, te weten schizofrenie. De rechtbank stelt ook vast dat de psychische stoornis van verzoekster leidt tot ernstig nadeel. De vorm van toedienen van medicatie is proportioneel en noodzakelijk ter afwending van het ernstig nadeel. Het belang en de continuïteit van de behandeling van verzoekster, waaronder toediening van medicatie op de wijze die in de ogen van de psychiater doelmatig is en het meest garantie biedt op het couperen van het aanwezige manische beeld bij verzoekster en het afwenden van het daaruit voortkomende en voorzienbare ernstig nadeel, weegt voor de rechtbank zwaarder dan het belang van verzoekster dat, hoe serieus te nemen ook, bestaat uit weerstand tegen deze behandeling en fysiek ongemak daarvan. Juist deze beiden zorgen ervoor dat er op dit moment ook geen minder bezwarende alternatieven, zoals toedienen van de medicatie in een tabletvorm, mogelijk zijn, omdat verwacht moet worden dat verzoekster de behandeling en medicatie-inname zonder een gedwongen kader direct zal stopzetten, althans dat dat hoogst aannemelijk is. De vorm van beperken van de bewegingsvrijheid is proportioneel en noodzakelijk ter afwending van het ernstig nadeel. De rechtbank overweegt daartoe dat de psychiater ter zitting heeft aangegeven met de behandeling gericht te zijn op samenwerking met verzoekster en dus ook op rechtstreeks contact met haar. Dat dat nog niet van de grond is kunnen komen hangt naar zijn idee samen met de ontkenning van verzoekster dat zij een stoornis heeft en ook haar overtuiging dat zij dus geen medicatie nodig heeft. Zodra verzoekster beseft dat zij een stoornis heeft en de voorgeschreven behandeling nodig is, worden ook haar ideeën en wensen nader in de behandeling betrokken. Vooral ook de wens om naar huis te kunnen komt dan aan bod, waarbij het thuis gaan voortzetten van de voorgeschreven behandeling van wezenlijk belang is. De vorm van opname in een accommodatie is proportioneel en noodzakelijk ter afwending van het ernstig nadeel. Gelet op hetgeen de psychiater daarover heeft aangevoerd is de rechtbank van oordeel dat verzoekster zich op dit moment zonder opname zal onttrekken aan haar behandeling en verder zal afglijden. Opname op een gesloten afdeling is doelmatig om verzoekster goed en veilig in te kunnen stellen op medicatie. Gelet op het verzet van verzoekster ten aanzien van de medicatie en het vanuit haar stoornis voortvloeiende gedrag zoals hierboven omschreven, zijn er ook geen minder bezwarende alternatieven mogelijk. Contra-expertise Ter zitting is desgevraagd door de advocaat van verzoekster gezegd dat niet eerder door of namens verzoekster om een contra-expertise of second opinion is verzocht. Uit de al genoemde beschikking van 18 december 2023 blijkt dat er toen bij gelegenheid van de mondelinge behandeling wel om is verzocht maar dit verzoek niet is gehonoreerd. Gelet op deze afwijzing en de eerdere Wvggz-beschikkingen met betrekking tot verzoekster, waaraan telkens medische verklaring ten grondslag liggen die zijn opgemaakt door onafhankelijke psychiaters alsook op de ter zitting door de psychiater opnieuw bevestigde diagnose van de stoornis schizofrenie bij verzoekster heeft de rechtbank geen enkele twijfel over de aanwezigheid van deze stoornis bij verzoekster. Het verzoek om een contra-expertise of second opinion zal dan ook dit keer worden afgewezen. Beslissing: De rechtbank: wijst het verzoek om een contra-expertise of second opinion af en verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond; verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. wijst af het meer of anders verzochte.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:2195, Rechtbank Noord-Holland, 14-02-2025, C/15/361521 / FA RK 25-501
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:561, Rechtbank Noord-Holland, 14-01-2025, C/15/360388 / FA RK 24-6502
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2024:13848, Rechtbank Noord-Holland, 18-12-2024, C/15/359535 / FA RK 24-6083
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBGEL:2024:7566, Rechtbank Gelderland, 15-10-2024, C/05/441466
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 april 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/09/663262 / FA RK 24-1987
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:6891