ECLI:NL:RBDHA:2024:7943, Rechtbank Den Haag, 23-05-2024, SGR 23/2639 — RBDHA:2024:7943
Samenvatting
Eiseres heeft een aan een dochtervennootschap verstrekte achtergestelde lening in 2017 commercieel en fiscaal afgewaardeerd. Verweerder heeft de afwaardering op zich geaccepteert en gevolgd, maar heeft met betrekking tot het daarop genomen afwaarderingsverleis het standpunt ingenomen dat dit niet aftrekbaar is omdat het een onzakelijke lening betreft. Eiseres heeft daartegen tot de bezwaarfase geprocedeerd; tegen de uitspraak op bezwaar waarin verweerder heeft volhard in zijn stanpunten over de onzakelijkheid van de lening heeft eiseres geen beroep meer ingesteld, zodat die onherroepelijk is komen vast te staan. De rechtbank is van oordeel dat nu de afwaardering (en het opvoeren van het verlies) reeds in 2017 heeft plaatsgevonden, de vordering niet opnieuw in 2018 kan worden afgewaardeerd. Dat de aftrek van het afwaarderingsverlies daarbij is geweigerd, maakt dat niet anders. (Beroep ongegrond.)
Betrokken advocaten
J.H.J. Borsboom
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2022:9213, Rechtbank Den Haag, 14-09-2022, 09/035576-22
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2022:9212, Rechtbank Den Haag, 14-09-2022, 09/145410-20
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2022:6468, Rechtbank Den Haag, 06-07-2022, 09/807715-18
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2022:6440, Rechtbank Den Haag, 06-07-2022, 09/807716-18
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 mei 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
SGR 23/2639
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:7943