ECLI:NL:RBDHA:2025:10057, Rechtbank Den Haag, 10-06-2025, NL24.45430 — RBDHA:2025:10057
Samenvatting
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank gaat eerst in algemene zin in op de geloofwaardigheidsbeoordeling aan de hand van Werkinstructie 2024/6 (hierna: WI 2024/6). Hoewel situaties denkbaar zijn dat de beoordelingswijze beschreven in deze werkinstructie tot strijd met het Unierecht leidt, is dit niet in elke zaak het geval. In iedere afzonderlijke asielzaak moet worden beoordeeld of in het betreffende besluit voldoende is gemotiveerd waarom bepaalde feiten ongeloofwaardig zijn. De rechtbank vindt dat dat in deze concrete zaak het geval is. De rechtbank komt echter vervolgens wel tot het oordeel dat de minister feiten en omstandigheden die wel geloofwaardig zijn geacht, ten onrechte niet heeft (door)getoetst op zwaarwegendheid, oftewel op de vraag of deze feiten op zichzelf reeds leiden tot vluchtelingschap of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer. Het beroep is daarom gegrond.
Betrokken advocaten
mr. P.M.W. Jans
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1994, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL24.7776
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1929, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.60996
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1500, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, 26.2361
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1418, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.49619
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 juni 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL24.45430
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:10057