ECLI:NL:RBDHA:2025:11844, Rechtbank Den Haag, 03-07-2025, NL21.5270 — RBDHA:2025:11844
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over het besluit van de minister om de verblijfsvergunning asiel die aan eiser was verleend (b-status) met terugwerkende kracht in te trekken en de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning af te wijzen. Ook heeft de minister geweigerd eiser een verblijfsvergunning asiel te verlenen (a-status), al vindt de minister dat eiser moet worden aangemerkt als vluchteling. Verder heeft de minister een terugkeerbesluit genomen waarin is bepaald dat eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten en heeft de minister aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van 10 jaar. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit niet in stand kan blijven. De minister heeft namelijk onvoldoende gemotiveerd dat eiser een actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Deze gebrekkige motivering maakt op zichzelf al dat het besluit geen stand kan houden. Ook het terugkeerbesluit en het inreisverbod houden geen stand. De rechtbank kent eiser verder een schadevergoeding toe omdat de behandeling van het beroep te lang heeft geduurd.
Betrokken advocaten
mr. K. Nuninga
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1911, Rechtbank Den Haag, 02-02-2026, NL25.59042
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1515, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, 26.1430
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1498, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, 26.1898
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1500, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, 26.2361
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 juli 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL21.5270
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:11844