Rechtbank wijst lastercampagneclaims af, wel dubbel liquidatietarief wegens schending waarheidsplicht — RBDHA:2025:14156
burengeschil / onrechtmatige daad / lastercampagne / proceskosten
Eiser / verzoeker
Eisers (buurman en buurvrouw)
Verweerder / gedaagde
Gedaagden (buurman en buurvrouw)
Alle vorderingen van eisers afgewezen; eisers veroordeeld tot betaling van dubbele proceskosten wegens schending van de waarheidsplicht in de dagvaarding.
- Aangiftes doen en handhavingsverzoeken indienen zijn in beginsel niet onrechtmatig, tenzij de indiener weet dat de beschuldigingen vals zijn — dat was niet aangetoond.
- Uitlatingen van anonieme buurtbewoners in televisie-uitzending en krantartikel zijn niet aantoonbaar aan gedaagden toe te rekenen.
- De drempel voor misbruik van procesrecht is niet gehaald, maar de rechtbank constateerde wél meerdere schendingen van de waarheidsplicht in de dagvaarding.
- Als sanctie op de schendingen van de waarheidsplicht wees de rechtbank twee keer het gebruikelijke liquidatietarief aan proceskosten toe.
- Eiser verloor eerder ook al een procedure bij rechtbank Amsterdam tegen het Leidsch Dagblad over dezelfde publicatie.
Samenvatting
Een stel uit een dorp in de Bollenstreek sleepte hun buren voor de rechtbank in Den Haag, ervan overtuigd dat die een stelselmatige lastercampagne tegen hen voerden. Aanleiding was een burenconflict dat begon in 2020 met een geschil over een recht van overpad. Sindsdien was de verhouding sterk verslechterd.
De eisers — een man en vrouw — meenden dat hun buren hen stelselmatig in diskrediet brachten. Dat zouden de buren hebben gedaan door onjuiste aangiftes te doen, handhavingsverzoeken in te dienen, een logboek over hen bij te houden en dat te delen, en door uitlatingen te doen in de media. Zo verscheen eiser in een televisie-uitzending van '112 Vandaag' nadat hij bij een inbraak twee mannen had neergestoken, waarbij anonieme buurtbewoners negatieve uitspraken over hem deden. Kort daarna publiceerde het Leidsch Dagblad een artikel op basis van verklaringen van buurtbewoners, waarin eiser werd omschreven als iemand die buren stelselmatig het leven zuur maakt met rechtszaken, pesterijen en intimidatie.
Eisers vorderden onder meer een verklaring dat de buren onrechtmatig hadden gehandeld, rectificaties op sociale media en in de krant, afgifte van het logboek en de lijst van ontvangers, een voorschot op schadevergoeding van 25.000 euro en een dwangsom.
De buren zagen het heel anders. Zij stelden juist slachtoffer te zijn van hun buurman, die hen volgens hen overspoelde met juridische procedures en intimiderend gedrag. De rechtbank stond voor de vraag of de verweten gedragingen onrechtmatig waren.
Dat bleek in geen van de gevallen het geval. De rechtbank oordeelde dat de gestelde gedragingen ofwel onvoldoende waren onderbouwd, ofwel simpelweg niet onrechtmatig zijn. Aangiftes doen en handhavingsverzoeken indienen bij de overheid zijn in beginsel toegestaan, tenzij iemand weet dat de beschuldigingen vals zijn — dat was hier niet aangetoond. De uitlatingen in de media kwamen van anonieme buurtbewoners, niet aantoonbaar van de gedaagden zelf. Eiser had overigens al geprobeerd het Leidsch Dagblad aansprakelijk te stellen bij de rechtbank Amsterdam, maar ook die procedure werd eerder dit jaar verloren.
De buren hadden op hun beurt gevraagd of eisers konden worden veroordeeld in de volledige, werkelijke proceskosten, omdat zij misbruik zouden maken van het procesrecht. Die drempel — die bewust hoog ligt — haalde de rechtbank niet. Maar de rechter constateerde wél iets opmerkelijks in de dagvaarding van eisers: flinke schendingen van de waarheidsplicht. Partijen zijn in een civiele procedure verplicht de rechter juist en volledig te informeren. Eisers hadden dat op meerdere punten nagelaten.
Alle vorderingen werden afgewezen. Als straf voor de schending van de waarheidsplicht veroordeelde de rechtbank eisers tot het betalen van twee keer het gebruikelijke liquidatietarief aan proceskosten aan de buren.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:2305, Gerechtshof Den Haag, 05-11-2025, 200.353.500/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:2699, Gerechtshof Den Haag, 04-11-2025, 200.330.054/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:2052, Gerechtshof Den Haag, 30-09-2025, 200.342.303/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:8358, Rechtbank Noord-Holland, 13-08-2025, 11582619 \ CV EXPL 25-1583
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 juli 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
679255
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:14156