Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2025:15930Bestuursrecht

ECLI:NL:RBDHA:2025:15930, Rechtbank Den Haag, 24-06-2025, NL24.19096 — RBDHA:2025:15930

Samenvatting

De minister heeft artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag op eiser van toepassing verklaard wegens de consummatie van zijn huwelijk in Turkije met zijn nicht die op dat moment veertien jaar was. De minister stelt dat het verrichten van seksuele handelingen met een minderjarige onder de vijftien jaar een ernstig, niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F van het Vv is. De minister heeft de stelling dat sprake is van een ernstig misdrijf onvoldoende gemotiveerd en het besluit onzorgvuldig voorbereid, omdat geen rekening is gehouden met de feitelijke straftoemeting in vergelijkbare zaken. De vraag of er internationale consensus bestaat over de ‘minimum age of consent’ is van belang voor de vraag of er internationale (rechterlijke) consensus bestaat dat het gepleegde feit is aan te merken als ernstig misdrijf. De rechtbank stelt vast dat binnen de Europese Unie geen consensus bestaat over de ‘minimum age of consent’. Uit de door eiser overgelegde publicatie volgt namelijk dat in 2017 in zeven lidstaten de ‘minimum age of consent’ voor seksuele gemeenschap met een volwassene veertien jaar is. Die lidstaten zijn allen aangesloten bij de door de minister genoemde verdragen en gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank ervan uit dat de lidstaten die genoemde verdragen ook naleven. De zeven lidstaten hebben in de genoemde verdragen geen aanleiding gezien om de ‘minimum age of consent’ te verhogen. Dat betekent dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat internationale consensus bestaat dat seksuele gemeenschap met een veertienjarige een ernstig misdrijf is als de minderjarige ermee heeft ingestemd. Dat betekent dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat internationale consensus bestaat dat seksuele gemeenschap met een veertienjarige een ernstig misdrijf is als de minderjarige ermee heeft ingestemd. Dat betekent ook dat relevant is of eisers nicht heeft ingestemd met de consummatie van het huwelijk. De feitelijke straftoemeting in vergelijkbare zaken is relevant voor de beoordeling of sprake is van een ernstig misdrijf. De minister heeft op zitting toegelicht dat op grond van het beleid rekening moet worden gehouden met alle relevante factoren. Dit vergt dus een onderzoek naar alle relevante omstandigheden die van invloed zijn op de ernst van het feit (en daarmee op de feitelijke straftoemeting). De rechtbank heeft geoordeeld dat relevant is of eisers nicht heeft ingestemd met de consummatie van het huwelijk. Dit vergt ook een onderzoek. Nu de bewijslast op de minister rust, is het aan de minister om dit onderzoek te doen. De rechtbank is van oordeel dat dit onderzoek onvoldoende heeft plaatsgevonden. Vervolgens moet de minister alle omstandigheden meewegen, waaronder ook de omstandigheden die eiser heeft benoemd. Dat heeft de minister in het bestreden besluit onvoldoende gedaan. Het bestreden besluit is daarom onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond.

Betrokken advocaten

mr. S. Thelosen

eiser

Cleerdin & Hamer, AMSTERDAM

mr. L.J.M. Rog

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

24 juni 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

NL24.19096

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2025:15930

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Wrakingsverzoek afgewezen: rechter mocht kritische vragen stellen
Rechtbank Den Haag·30 maart 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:5836
Rechtbank Den Haag·18 maart 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:5109
Rechtbank Den Haag·13 maart 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:5316
Rechtbank Den Haag·12 maart 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:6241
Rechtbank Den Haag·12 maart 2026
Bestuursrecht