Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2025:17896Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2025:17896, Rechtbank Den Haag, 29-09-2025, NL25.31612 — RBDHA:2025:17896

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Dit, omdat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eisers asielmotief, vrees voor de bende die hem zou hebben afgeperst en bedreigd, ongeloofwaardig is. De rechtbank is ook van oordeel dat verweerder de door eiser overgelegde documenten in onderlinge samenhang met de verklaringen van eiser en wat bekend is uit openbare bronnen dient te beoordelen. Uit de motivering van het bestreden besluit blijkt onvoldoende dat verweerder een dergelijke beoordeling heeft gemaakt. Het beroep is gegrond en de afwijzing van de asielaanvraag kan niet in stand blijven.

Betrokken advocaten

mr. E.P.A. Zwart

eiser

OASS advocaten, PURMEREND

mr. M.T.M. Hoppema

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

29 september 2025

Zaaknummer

NL25.31612

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2025:17896

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst schadevergoeding af voor Ghanese man in vreemdelingenbewaring
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Ghanees krijgt geen verblijfsdocument EU/EER: relatie onvoldoende bewezen
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter bevestigt bewaring Marokkaanse asielzoeker in grensprocedure
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter: minister moet binnen 8 weken beslissen op Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag na 21 maanden wachten
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht