ECLI:NL:RBDHA:2025:18388, Rechtbank Den Haag, 24-09-2025, 22/5334 — RBDHA:2025:18388
Samenvatting
Het college heeft niet op de juiste wijze toepassing gegeven aan het voorzorgsbeginsel en daarom niet deugdelijk gemotiveerd waarom potentieel zeer zorgwekkende stoffen (pZZS) en stoffen van vergelijkbare zorg in dit geval op grond van het voorzorgsbeginsel moeten worden behandeld als zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Een deel van de voorschriften in het bestreden besluit heeft daarom een te ruim toepassingsbereik, nu die voorschriften niet alleen gelden voor ZZS maar ook voor pZZS en stoffen van vergelijkbare zorg. Daarnaast heeft het college niet inzichtelijk gemaakt waarom een aantal verplichtingen aan de inrichting is opgelegd met het oog op het belang van de bescherming van het milieu. Het college heeft ook ten onrechte aangenomen dat de voorschriften over afval, mede van toepassing zijn op dierlijke bijproducten die ook een afvalstof zijn. Verder kan een aantal specifieke voorschriften met betrekking tot afvalstoffen, geluid en geur niet in stand blijven. Beroep gegrond.
Betrokken advocaten
Ploum, ROTTERDAM
Ploum, ROTTERDAM
Taylor Wessing, EINDHOVEN
Gerelateerde uitspraken
Rechter vernietigt te soepele stikstofnorm voor Dow-complex in Terneuzen
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:1281, Rechtbank Midden-Nederland, 19-03-2026, 11959011 UE VERZ 25-342 CFd/63200
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2025:8200, Rechtbank Oost-Brabant, 17-12-2025, 23/2047
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25998, Rechtbank Den Haag, 12-12-2025, SGR 24/6702 en SGR 24/6705
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 september 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
22/5334
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:18388