ECLI:NL:RBDHA:2025:19048, Rechtbank Den Haag, 27-08-2025, C/09/689529 / KG ZA 25-771 — RBDHA:2025:19048
Samenvatting
Kort geding. Vordering tot vergoeding door gedaagde van de verkoopwaarde van onder eiseres inbeslaggenomen en inmiddels vernietigde stoffen, gebaseerd op de gemiddelde verkoopprijs van die stoffen. De standpunten van partijen ten aanzien van de peildatum en de methode voor het bepalen van de prijs die de inbeslaggenomen stoffen bij verkoop redelijkerwijs zouden hebben opgebracht lopen sterk uiteen. Bij die stand van zaken is de gestelde aanspraak op schadeloosstelling niet in de voor toewijzing van een geldvordering in kort geding vereiste mate aannemelijk geworden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1554, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, C/09/678384 / HA ZA 25-51
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2026:191, Rechtbank Overijssel, 15-01-2026, 84/326840-22 (P)
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:723, Rechtbank Den Haag, 09-01-2026, C/09/694644 / KG ZA 25-1132
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22277, Rechtbank Den Haag, 26-11-2025, C/09/693567 / KG ZA 25-1047
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 augustus 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/09/689529 / KG ZA 25-771
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:19048