ECLI:NL:RBDHA:2025:19131, Rechtbank Den Haag, 22-10-2025, C/09/681314 / HA ZA 25-214 — RBDHA:2025:19131
Samenvatting
Deze zaak gaat over de vermogensrechtelijke afwikkeling van het inmiddels ontbonden huwelijk van partijen, in het bijzonder over de verdeling van de gemeenschappelijke woning. Op deze vermogensrechtelijke afwikkeling is Roemeens recht van toepassing. De rechtbank is van oordeel dat het belang van partijen om de gemeenschappelijke woning toebedeeld te krijgen van gelijk gewicht is. Daarom wordt doorslaggevende betekenis toegekend aan het gegeven dat [de man], in tegenstelling tot [de vrouw], aannemelijk heeft gemaakt de overname van de woning te kunnen financieren. Dat betekent dat de woning in de eerste plaats wordt toebedeeld aan [de man], onder vergoeding van de helft van de overwaarde aan [de vrouw]. [de vrouw] hoeft geen gebruiksvergoeding te betalen over de periode waarin zij het exclusieve gebruik van de woning heeft gehad, omdat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [de man] haar aandeel in de hypotheeklasten bij wijze van partneralimentatie voor haar voldeed. Ook de overige gemeenschappelijke vermogensbestanddelen worden verdeeld, te weten de bankrekeningen, spaarpolissen, de cryptoportefeuille en de verkoopopbrengst van de gemeenschappelijke auto. Dit leidt er toe dat [de vrouw] een vordering van € 45.240,60,- op [de man] heeft uit hoofde van overbedeling. Dit bedrag dient [de man] binnen vier weken na dit vonnis aan [de vrouw] te betalen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:18401, Rechtbank Den Haag, 31-07-2025, C/09/685716 / FA RK 25-3868
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:14120, Rechtbank Den Haag, 14-07-2025, C/09/683562 / FA RK 25-2795
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:1610, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-03-2025, C/02/432359 / JE RK 25-342
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHDHA:2024:2026, Gerechtshof Den Haag, 16-10-2024, 200.327.419/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
22 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/09/681314 / HA ZA 25-214
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:19131