ECLI:NL:RBDHA:2025:19466, Rechtbank Den Haag, 10-10-2025, SGR 22/2867 — RBDHA:2025:19466
Samenvatting
Deskundige benoemd. Geschil richt zich enkel nog tot de proceskostenveroordeling. Er is sprake van een gebrek in de besluitvorming. Omdat de conclusie van de door de rechtbank benoemde deskundige overeenkomt met de conclusie van de verzekeringsarts van het Uwv is het aannemelijk dat eiser door dit gebrek niet is benadeeld. Het bestreden besluit wordt onder toepassing van art. 6:22 Awb in stand gelaten. In de toepassing van dat artikel wordt aanleiding gezien om verweerder te veroordelen in de kosten van eiser, waaronder de kosten van de door hem ingeschakelde deskundigen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2025:1310, Centrale Raad van Beroep, 27-08-2025, 23/3155 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:3547, Rechtbank Midden-Nederland, 09-07-2025, UTR 24/7021
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:3609, Rechtbank Oost-Brabant, 25-06-2025, 24/1865
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:960, Centrale Raad van Beroep, 18-06-2025, 23/2977 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
SGR 22/2867
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:19466