ECLI:NL:RBDHA:2025:22363, Rechtbank Den Haag, 18-11-2025, NL23.17293 — RBDHA:2025:22363
Samenvatting
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. De minister heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Naar het oordeel van de rechtbank is de minister ten aanzien van Polen terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan. Ook de beroepsgrond dat eiser bijzonder kwetsbaar is, slaagt niet. Tot slot is de rechtbank, uitgaande van de terughoudende toetsing, van oordeel dat de minister in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat in dit geval geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden afgezien van overdracht aan Polen vanwege onevenredige hardheid. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. J.M. Sidler
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:268, Raad van State, 20-01-2026, BRS.25.001827
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1977, Rechtbank Den Haag, 19-01-2026, NL25.17588
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:987, Rechtbank Den Haag, 16-01-2026, NL24.28106
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26990, Rechtbank Den Haag, 03-12-2025, NL25.36390
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 november 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL23.17293
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:22363