ECLI:NL:RBDHA:2025:22929, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, NL24.41756 — RBDHA:2025:22929
Samenvatting
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 van het VWEU en het arrest Chavez-Vilchéz. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat niet is voldaan aan de Chavez-Vilchez-criteria en dat eiseres daarom geen verblijfsrecht kan ontlenen aan artikel 20 van het VWEU. De minister heeft vervolgens beoordeeld of hij eiseres een verblijfsrecht kan verlenen op grond van artikel 8 van het EVRM. De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging in dit kader onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. Het beroep is gegrond.
Betrokken advocaten
mr. E.H.J.M. de Bonth
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:251, Raad van State, 14-01-2026, 202400046/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:110, Raad van State, 08-01-2026, 202503797/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4915, Raad van State, 15-10-2025, 202402056/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:19779, Rechtbank Den Haag, 11-09-2025, NL24.31678 en NL24.31680
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 november 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL24.41756
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:22929