Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2025:23483Civiel Recht; Verbintenissenrecht

Rechter wijst eis tot uitbreiding tenlastelegging lastercampagne af — RBDHA:2025:23483

strafrecht / vervolgingsbevel / tenlastelegging / artikel 12 Sv / onrechtmatige daad Staat

Eiser / verzoeker

Privépersoon en ATRH Holding B.V., SolidNature B.V. en RevealRox DMCC

VS

Verweerder / gedaagde

De Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid)

Alle vorderingen van eisers zijn afgewezen; eisers zijn veroordeeld in de proceskosten.

  • Het hof had het OM bevolen tot vervolging over te gaan, maar het OM heeft een zelfstandige bevoegdheid om op basis van eigen onderzoek de reikwijdte van de tenlastelegging te bepalen.
  • De bekentenis van de hoofdverdachte die het hof tot het vervolgingsbevel had gebracht, stond tijdens het opsporingsonderzoek ter discussie, wat het OM rechtvaardigde in zijn beperktere tenlastelegging.
  • De burgerlijke rechter grijpt slechts onder zeer uitzonderlijke omstandigheden in de vervolgingsbeslissing van het OM in; die omstandigheden deden zich hier niet voor.
  • Het niet doorlopen van de bewilligingsprocedure (artikel 243 lid 5 Sv) voor het afzien van vervolging van bepaalde feiten levert geen onrechtmatige daad op die in kort geding kan worden gecorrigeerd.
  • Alle vorderingen van eisers — primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair — zijn afgewezen.

Samenvatting

Een ondernemer en zijn drie gelieerde bedrijven eisten in kort geding dat de Staat hen beter zou beschermen als slachtoffers van een lastercampagne. Ze wilden dat het Openbaar Ministerie de verdachte voor méér strafbare feiten zou vervolgen dan gepland. De rechtbank Den Haag oordeelde anders.

De zaak draait om een jarenlang conflict. Vanaf 2018 deed de eiser aangifte van een reeks strafbare feiten — waaronder valsheid in geschrifte, smaad, laster, afpersing, belaging en deelname aan een criminele organisatie — tegen twee mannen. Via een nepwebsite, e-mails en Twitter werden de eisers beschuldigd van fraude en oplichting. In civiele procedures werd al vastgesteld dat één van de verdachten aansprakelijk is voor schade door de lastercampagne.

Toen het Openbaar Ministerie lang niets deed met de aangiften, stapten de eisers naar het gerechtshof via een zogenoemde artikel 12-procedure. In april 2022 beval het hof het OM daadwerkelijk tot vervolging over te gaan. Het OM startte een opsporingsonderzoek en verhuurde de verdachten. Maar tijdens dat onderzoek bleek de eerdere 'bekentenis' van de hoofdverdachte minder sterk dan gedacht: de man verklaarde dat hij zijn eerdere toegeven had gedaan onder druk, en dat hij niets met de lastercampagne te maken had.

Het OM besloot daarom slechts een beperkte tenlastelegging op te stellen: alleen smaad(schrift) in een korte periode eind 2017. De eisers verzetten zich daar fel tegen. Zij vonden dat het vervolgingsbevel van het hof ook laster, belaging, afpersing, valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie omvatte, en eisten in kort geding dat de Staat de volledige reeks feiten ten laste zou leggen. Als het OM toch een beperktere tenlastelegging wilde, moest het hof daarvoor eerst toestemming geven via een speciale procedure.

De voorzieningenrechter stelde de eisers in het ongelijk. De rechter erkende dat het hof een vervolgingsbevel had gegeven voor alle feiten waarop de klacht betrekking had, maar benadrukte dat het OM een zelfstandige beoordelingsruimte heeft bij het opstellen van de tenlastelegging. Het OM mag op basis van eigen onderzoek beoordelen of er voldoende bewijs is om iemand voor bepaalde feiten te vervolgen. Die beoordeling staat los van het oordeel van het hof destijds, dat was gebaseerd op de toen beschikbare informatie — waaronder een bekentenis die inmiddels ter discussie staat.

De rechter overwoog ook dat het niet aan de burgerlijke rechter is om in kort geding de strafrechtelijke vervolging inhoudelijk te sturen. Ingrijpen in de vervolgingsbeslissing van het OM is alleen onder zeer uitzonderlijke omstandigheden mogelijk, en die deden zich hier niet voor. Het feit dat de eisers het oneens zijn met de afbakening van de tenlastelegging, maakt niet dat de Staat onrechtmatig handelt.

Alle vorderingen van de eisers werden afgewezen. De eisers werden veroordeeld in de proceskosten.

Betrokken advocaten

mr. D.V.A. Brouwer

eisers

Jahae Raymakers, AMSTERDAM

mr. O.S. Pluimer

eisers

Jahae Raymakers, AMSTERDAM

mr. M.F.H. Hirsch Ballin

verweerder

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

10 december 2025

Zaaknummer

C/09/692561 / KG ZA 25-983

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2025:23483

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Inter-Psy wint kort geding over omzetplafond Zilveren Kruis
Rechtbank Den Haag·26 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:6710
Rechtbank Den Haag·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:7986
Rechtbank Den Haag·23 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:6018
Rechtbank Den Haag·19 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:6019
Rechtbank Den Haag·18 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht