ECLI:NL:RBDHA:2025:23521, Rechtbank Den Haag, 22-10-2025, C/09/685814 / HA ZA 25-447 — RBDHA:2025:23521
Samenvatting
Eiser vordert een verklaring voor recht dat een overeenkomst die hij met gedaagde heeft gesloten nietig is, omdat er volgens eiser sprake is van een geldleningsovereenkomst met woekerrente. De rechtbank is echter van oordeel dat partijen een samenwerkingsovereenkomst zijn aangegaan die meer omvatte dan het verstrekken van een geldlening door gedaagde. Het geldbedrag dat gedaagde heeft ontvangen kwalificeert daarom niet als woekerrente, maar moet als een winstdeling worden aangemerkt. Van strijd met de goede zeden is geen sprake.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2024:2671, Rechtbank Rotterdam, 20-03-2024, C/10/664431 / HA ZA 23-738
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2022:4102, Rechtbank Rotterdam, 25-05-2022, C/10/599831 / HA ZA 20-645
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2021:12304, Rechtbank Noord-Holland, 22-12-2021, C/15/311483 / HA ZA 20-801
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2021:24, Gerechtshof Amsterdam, 12-01-2021, 200.263.075/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
22 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/09/685814 / HA ZA 25-447
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:23521