ECLI:NL:RBDHA:2025:25174, Rechtbank Den Haag, 31-07-2025, NL25.12887 — RBDHA:2025:25174
Samenvatting
Aanvraag verblijfsvergunning niet-tijdelijk humanitair. Verweerder heeft mogen stellen dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van familieleven. Priveleven wordt wel aangenomen door verweerder, maar de belangenafweging heeft in het nadeel van eiser uit mogen vallen. Verweerder heeft dan ook niet ten onrechte geconcludeerd dat de afwijzing niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. M. Hoppema
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Juridische strijd om Nederlands paspoort gaat verder na vervangend besluit
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:10835, Rechtbank Amsterdam, 24-12-2025, 13/204143-25 (zaak A), 13/204466-25 (zaak B)
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:18138, Rechtbank Den Haag, 30-09-2025, NL23.28001
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:16620, Rechtbank Den Haag, 04-09-2025, NL25.13765
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 juli 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.12887
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:25174