ECLI:NL:RBDHA:2025:6356, Rechtbank Den Haag, 15-04-2025, C/09/681056 / KG ZA 25-176 — RBDHA:2025:6356
Samenvatting
Kort geding. Eiser en gedaagden hebben een overeenkomst gesloten tot herontwikkeling. Eiser vordert nakoming van de overeenkomst. De voorzieningenrechter wijst de vordering af. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat de bodemrechter zal oordelen dat gedaagden de overeenkomst rechtsgeldig hebben beëindigd. Bij die stand van zaken is er geen reden om gedaagden, vooruitlopend op het oordeel van de bodemrechter, te veroordelen tot nakoming van de overeenkomst. Een belangenafweging maakt dat oordeel niet anders. Wel worden gedaagden veroordeeld om een sleutel van één van de bedrijfshallen aan eiser ter beschikking stellen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:24503, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, C/09/695312 / KG ZA 25-1177
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24509, Rechtbank Den Haag, 01-12-2025, 692831
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:6211, Rechtbank Den Haag, 07-03-2025, C/09/674509 / KG ZA 24-996
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:14907, Rechtbank Den Haag, 23-09-2024, C/09/669085 / KG ZA 24-621
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
15 april 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/09/681056 / KG ZA 25-176
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:6356