ECLI:NL:RBDHA:2025:9345, Rechtbank Den Haag, 26-05-2025, C/09/684099/KG RK 25/560 — RBDHA:2025:9345
Samenvatting
Wrakingsverzoek afgewezen. De kantonrechter heeft aan het einde van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak een voorlopig oordeel gegeven. Bij verzoeker is door dit voorlopig oordeel de vrees van partijdigheid ontstaan. De wrakingskamer stelt vast dat in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak is vermeld dat de kantonrechter een voorlopig oordeel heeft gegeven. De argumenten die door verzoeker zijn aangevoerd zien in feite op de (kwaliteit van de) inhoud van dit voorlopig oordeel. De wrakingskamer komt echter geen oordeel toe over de juistheid van een rechterlijk oordeel, of dit nu een voorlopig oordeel is of een eindoordeel. Uit het betreffende proces-verbaal blijkt niet dat sprake is van de uitzonderingssituatie dat de motivering van het voorlopig oordeel in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven.
Betrokken advocaten
mr. M.H.J. Doornink
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:24171, Rechtbank Den Haag, 15-10-2025, 11444082
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:18335, Rechtbank Den Haag, 06-10-2025, C/09/690070/KG RK 25/1101
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2025:3438, Rechtbank Gelderland, 30-04-2025, 437135
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:7713, Rechtbank Den Haag, 12-03-2025, C/09/678896 / KG ZA 25-53
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
26 mei 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/09/684099/KG RK 25/560
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:9345