Vrouw krijgt geen dwangakkoord schuldsanering wegens onvoldoende aanbod — RBDHA:2025:9642
dwangakkoord schuldsanering / schuldhulpverlening
Eiser / verzoeker
Mevrouw [naam 1], schuldenaar wonende te Den Haag
Verweerder / gedaagde
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. en Infomedics
De rechtbank wees het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord af, omdat de vrouw niet het maximaal haalbare aanbod aan haar schuldeisers had gedaan.
- Nulaanbod (0% terugbetaling) werd door twee schuldeisers geweigerd
- Rechtbank oordeelt dat het aanbod niet het maximaal haalbare was gezien de arbeidsgeschiktheid van verzoekster
- Dwangakkoord vereist dat de weigering van schuldeisers onredelijk is, waaraan hier niet werd voldaan
- WSNP-verzoek wordt in een apart vonnis behandeld
Samenvatting
Een 37-jarige vrouw uit Den Haag probeerde via de rechter haar schuldeisers te dwingen akkoord te gaan met een schuldsanering waarbij zij niets terugbetaalt. De rechtbank weigerde dat verzoek, omdat de vrouw volgens de rechter meer had kunnen aanbieden dan ze deed.
De vrouw heeft een totale schuld van ruim vijftienduizend euro bij vier schuldeisers. Met hulp van de gemeente Den Haag deed zij een zogeheten 'nulaanbod': een voorstel waarbij schuldeisers hun volledige vordering kwijtschelden zonder enige betaling te ontvangen. Twee schuldeisers gingen akkoord, waaronder de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) voor een bedrag van bijna negenduizend euro. Twee anderen weigerden: zorgverzekeraar Zilveren Kruis en incassobedrijf Infomedics.
Zilveren Kruis had een eigen voorstel: geen bezwaar tegen de kwijtschelding, maar wel op voorwaarde dat de vordering pas na achttien maanden definitief wordt afgeboekt. In die periode mocht de vrouw geen nieuwe betalingsachterstanden opbouwen. De verzekeraar wilde zo bewaken dat zij duurzaam financieel gezond gedrag zou ontwikkelen. Infomedics liet niets van zich horen bij de rechtbank.
De vrouw vroeg de rechtbank om een zogenaamd dwangakkoord: een rechterlijk bevel waarmee weigerende schuldeisers alsnog worden gedwongen in te stemmen met de schuldregeling. Zo'n dwangakkoord is alleen mogelijk als de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. De rechter toetste of dat hier het geval was.
De rechtbank oordeelde dat het aanbod van de vrouw niet het maximaal haalbare was. Op dit moment ontvangt zij een Participatiewetuitkering en heeft zij geen afloscapaciteit, maar zij heeft zelf verklaard gezond te zijn en in principe 36 uur per week te kunnen werken. Ze heeft in het verleden gewerkt in de schoonmaak en de horeca. Gelet op haar leeftijd, haar werkervaring en de gunstige situatie op de arbeidsmarkt achtte de rechtbank het niet uitgesloten dat zij met betaald werk meer geld aan haar schuldeisers had kunnen aanbieden.
Dat zij tijdelijk in een hotel verblijft, deed daar volgens de rechter niet aan af. Ook het argument dat zij kinderopvang en een schoolplek voor haar jongste kind moest regelen, overtuigde de rechtbank niet. De vrouw had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit op korte termijn onmogelijk was.
Omdat het aanbod dus niet het maximaal haalbare was, wees de rechtbank het verzoek om een dwangakkoord af. De vraag of de weigering van Zilveren Kruis op zichzelf onredelijk was, hoefde daarmee niet meer beantwoord te worden.
De vrouw had als alternatief ook gevraagd om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, de WSNP. Dat verzoek handhaafde zij op de zitting. Over die aanvraag doet de rechtbank apart uitspraak. Als ook dat verzoek wordt afgewezen, heeft de vrouw acht dagen de tijd om hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof in Den Haag.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2025:2997, Rechtbank Noord-Nederland, 24-07-2025, C/18/245682 FT RK 25/750
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:1476, Rechtbank Den Haag, 04-02-2025, C/09/25/9 R
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:18894, Rechtbank Den Haag, 15-11-2024, C/09/24/102 R
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:18225, Rechtbank Den Haag, 06-11-2024, FT RK 24/909
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Insolventierecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 mei 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; InsolventierechtZaaknummer
C/09/682578 / FT RK 25/321
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:9642