Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2025:995Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2025:995, Rechtbank Den Haag, 23-01-2025, NL24.21781 en NL24.26657 — RBDHA:2025:995

Samenvatting

Eiser is Oekraïens. Niet in geschil is dat hij zelf niet onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt. Eiser stelt dat hij een verblijfsrecht heeft dat is afgeleid van het aan zijn moeder toekomende verblijfsrecht op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Zijn moeder is inmiddels overleden en eiser was haar mantelzorger. De rechtbank oordeelt dat sprake is van procesbelang omdat het niet ondenkbaar is dat hij te weinig leefgeld heeft ontvangen. Verder oordeelt de rechtbank dat familieleden van een verblijfsgerechtigde onder omstandigheden op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en het Uitvoeringsbesluit 2022/382 een afgeleid verblijfsrecht hebben. De rechtbank vindt dat het onderscheid tussen enerzijds familieleden die afhankelijk zijn van de verblijfsgerechtigde gezinshereniger en anderzijds familieleden waarvan de verblijfsgerechtigde gezinshereniger afhankelijk is, een relevant onderscheid is op grond waarvan beide gevallen ongelijk kunnen worden behandeld. Anders gezegd: het zijn geen gelijke gevallen die gelijk moeten worden behandeld. Dit betekent dat eiser geen recht heeft op verblijf op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Het beroep is ongegrond.

Betrokken advocaten

mr. T.E. van Houwelingen-Boer

eiser

Everaert Advocaten, AMSTERDAM

mr. C. Wesenbeek

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

23 januari 2025

Zaaknummer

NL24.21781 en NL24.26657

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2025:995

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst schadevergoeding af voor Ghanese man in vreemdelingenbewaring
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Ghanees krijgt geen verblijfsdocument EU/EER: relatie onvoldoende bewezen
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter bevestigt bewaring Marokkaanse asielzoeker in grensprocedure
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter: minister moet binnen 8 weken beslissen op Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag na 21 maanden wachten
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht