ECLI:NL:RBDHA:2026:1351, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.49345 en NL25.49349 — RBDHA:2026:1351
Samenvatting
Asiel. Irak, jezidi. Dat eiser heeft gehoord dat familieleden van Amerikaanse tolken gevaar lopen is onvoldoende om een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade aan te nemen voor eisers. Ook het zijn van jezidi is op zichzelf daarvoor onvoldoende. Omdat eisers internationale bescherming hebben in Griekenland had de minister geen terugkeerbesluiten mogen opleggen. Op dit punt zijn de beroepen gegrond.
Betrokken advocaten
mr. P. Boelhouwer
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1922, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.21744
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1962, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.58960
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1881, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.42412
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1853, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.36078
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.49345 en NL25.49349
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:1351