ECLI:NL:RBDHA:2026:1417, Rechtbank Den Haag, 26-01-2026, NL24.37904 — RBDHA:2026:1417
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [referente]’. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag terecht als reguliere aanvraag op grond van artikel 8 van het EVRM heeft beoordeeld, en niet als nareisaanvraag. Verder heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM tussen eiseres en referente, omdat niet is gebleken van hechte en persoonlijke banden tussen hen. Tot slot overweegt de rechtbank dat verweerder niet onzorgvuldig heeft gehandeld door alleen referente te horen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Betrokken advocaten
mr. F. Witteman
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1969, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.61228
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2124, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL24.15245
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6308, Raad van State, 29-12-2025, 202400024/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5899, Raad van State, 04-12-2025, 202303123/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL24.37904
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:1417