Juristi.nl

ECLI:NL:RBDHA:2026:1509, Rechtbank Den Haag, 15-01-2026, C/09/697198 / FA RK 26-107 — RBDHA:2026:1509

Samenvatting

De rechtbank sluit zich aan bij het standpunt van de advocaat. De medische verklaring is onvoldoende duidelijk welk causaal verband bestaat tussen de gestelde psychische stoornis en het ernstig nadeel. Anti-psychotica is niet voorgeschreven en uit de medische verklaring blijkt niet dat er sprake is van een verslavingsstoornis in de zin van de jurisprudentie hieromtrent. Daarnaast acht de rechtbank de invulling van de nazorg onvoldoende inzichtelijk, waarbij met name de woonsituatie van betrokkene onvoldoende is uitgewerkt. Dit had ter zitting duidelijk kunnen zijn, onder meer door contact op te nemen met De Binnenvest. Dan was duidelijk geweest of betrokkene terugkeerde naar De Binnenvest, dan wel (tijdelijk) onderdak bij haar partner als verblijfplaats voor de nazorg zou hebben. De rechtbank weegt daarbij mee dat betrokkene kan terugvallen op haar partner, ter zitting aanwezig, als achterwacht, die dit heeft bevestigd. Hoewel dit leidt tot afwijzing van het verzoek, acht de rechtbank het wel van belang dat betrokkene heeft toegezegd bereid is zijn ambulante nazorg te aanvaarden.

Betrokken advocaten

mr. M.P. Friperson

VWF Advocaten, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

15 januari 2026

Zaaknummer

C/09/697198 / FA RK 26-107

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:1509

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:5899
Rechtbank Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5859
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5858
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5860
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5861
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht