ECLI:NL:RBDHA:2026:1553, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, 24/8312 — RBDHA:2026:1553
Samenvatting
Eiser heeft zijn informatieplicht geschonden door niet aan het Uwv te melden dat hij op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht. Hierdoor is te veel aan eiser uitgekeerd en het Uwv was gehouden de uitkering te herzien en het te veel betaalde bedrag terug te vorderen. Eiser heeft niet aangevoerd dat er dringende redenen zijn om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. De rechtbank is ook niet gebleken van persoonlijke omstandigheden die daartoe aanleiding zouden moeten geven.
Betrokken advocaten
B.M. de Wolff
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:912, Gerechtshof Amsterdam, 08-04-2025, 200.346.421/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1304, Gerechtshof Amsterdam, 14-05-2024, 200.326.670/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:487, Gerechtshof Amsterdam, 05-03-2024, 200.320.079/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:795, Rechtbank Den Haag, 09-01-2024, C/09/656732 / JE RK 23-2253 en C/09/659436 / JE RK 24-30
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
24/8312
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:1553