Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:1922Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:1922, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.21744 — RBDHA:2026:1922

Samenvatting

De rechtbank oordeelt dat de minister niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid zodat de relatie tussen eiseres en haar volwassen zoon niet valt onder de bescherming van artikel 8 van het EVRM. Ook heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van hechte en persoonlijke banden tussen eiseres en de kleinkinderen. Het beroep is ongegrond.

Betrokken advocaten

mr. D. de Vries

eiser

Utens Advocaten, LEEUWARDEN

mr. P.A.L.A. van Ittersum

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

5 februari 2026

Zaaknummer

NL25.21744

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:1922

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst schadevergoeding af voor Ghanese man in vreemdelingenbewaring
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Ghanees krijgt geen verblijfsdocument EU/EER: relatie onvoldoende bewezen
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter bevestigt bewaring Marokkaanse asielzoeker in grensprocedure
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter: minister moet binnen 8 weken beslissen op Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag na 21 maanden wachten
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht