ECLI:NL:RBDHA:2026:1969, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.61228 — RBDHA:2026:1969
Samenvatting
Verweerder heeft ondeugdelijk gemotiveerd waarom de laagste gradatie van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn in Syrië van toepassing is. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 11 december 2025. Het standpunt dat die uitspraak alleen betrekking heeft op de veiligheidssituatie in Homs en niet van toepassing is op eiser omdat hij uit Damascus komt, volgt de rechtbank niet. Ook de verwijzing naar de Country Guidance Syrië van de EUAA van december 2025 vormt geen aanleiding om af te wijken van de uitspraak van 11 december 2025. Uit dit rapport blijkt niet dat de humanitaire omstandigheden in Damascus minder ernstig zijn dan in andere delen van Syrië. Nu verweerder heeft nagelaten de humanitaire omstandigheden in het kader van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn te beoordelen, is sprake van een motiveringsgebrek.
Betrokken advocaten
mr. F. Witteman
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1771, Rechtbank Den Haag, 02-02-2026, NL24.29400
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1513, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL25.47804
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1417, Rechtbank Den Haag, 26-01-2026, NL24.37904
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:987, Rechtbank Den Haag, 16-01-2026, NL24.28106
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.61228
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:1969