Rechtbank verleent vervangende toestemming voor erkenning kind — RBDHA:2026:2525
vervangende toestemming erkenning / kinderalimentatie / omgangsregeling
Eiser / verzoeker
de man (verzoeker vervangende toestemming erkenning)
Verweerder / gedaagde
de moeder (belanghebbende)
De rechtbank verleende de man vervangende toestemming om zijn kind te erkennen, maar deed nog geen uitspraak over de omgangsregeling en de kinderalimentatie.
- Vervangende toestemming voor erkenning toegewezen omdat de emotionele weerstand van de moeder geen wettelijke weigeringsgrond oplevert
- DNA-onderzoek bevestigt met meer dan 99,999% zekerheid het biologisch vaderschap van de man
- Bijzondere curator adviseerde toewijzing in het belang van het kind om juridische en biologische werkelijkheid overeen te laten komen
- Omgangsregeling en kinderalimentatie nog niet definitief beslist
Samenvatting
Een man vroeg de rechtbank in Den Haag om vervangende toestemming om zijn zoontje te erkennen, omdat de moeder deze toestemming weigerde. Het kind, geboren in 2022, was nooit juridisch door de man erkend, hoewel hij wel de biologische vader bleek te zijn. Uit een DNA-vaderschapsthuistest bleek met meer dan 99,999% zekerheid dat de man de verwekker is.
De moeder verzette zich tegen de erkenning. Volgens haar advocaat had de man haar in het verleden in de steek gelaten en trok deze procedure oude wonden open. De emotionele weerstand van de moeder zou er volgens haar advocaat voor zorgen dat de evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang zou komen als de man hem zou erkennen. De moeder vroeg de rechtbank het verzoek af te wijzen.
De rechtbank benoemde eerder een bijzondere curator om het kind in de procedure te vertegenwoordigen. Die bijzondere curator adviseerde de rechtbank het verzoek van de man toe te wijzen. Volgens de curator had de weerstand van de moeder niets te maken met twijfels over het vaderschap, maar met haar gevoel dat de man zijn kans gehad had. De curator achtte het in het belang van het kind dat hij weet van wie hij afstamt en dat de juridische werkelijkheid overeenkomt met de biologische.
De rechtbank volgde het advies van de bijzondere curator. De emotionele onvrede van de moeder over het verleden vormt geen wettelijke grond om erkenning te weigeren. Er is geen reëel risico dat de erkenning de ontwikkeling van het kind schaadt of de verhouding tussen moeder en kind verstoort. De rechtbank oordeelde dat het juist in het belang van het kind is dat de familierechtelijke betrekking met zijn vader wordt vastgelegd, en verleende de man vervangende toestemming voor de erkenning. De rechtbank wees partijen er ook op dat zij alsnog gezamenlijk naar de gemeente kunnen gaan om de erkenning te regelen, zonder gebruik te maken van de vervangende toestemming.
Naast de erkenningskwestie speelde ook een verzoek om een omgangsregeling. De man wilde toewerken naar een co-ouderschapsregeling waarbij het kind om en om bij beide ouders verblijft. Hij wees erop dat de ouders vlakbij elkaar wonen. De moeder vond dat de man eerst een band moet opbouwen met het kind voordat een vaste regeling kan worden vastgesteld, en dat dit onder begeleiding moet gebeuren via een hulpverleningsinstantie waarnaar partijen al eerder waren doorverwezen. Partijen waren eerder al verwezen naar een traject van ouderschapsbemiddeling en begeleide omgang.
Daarnaast had de moeder zelfstandig verzocht om kinderalimentatie van driehonderd euro per maand, met terugwerkende kracht vanaf de geboorte van het kind. De man voerde hiertegen verweer. De rechtbank heeft over de omgangsregeling en de kinderalimentatie in deze uitspraak nog geen definitieve beslissing genomen; dat deel van de procedure was op het moment van deze beschikking nog niet volledig afgerond.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:26103, Rechtbank Den Haag, 08-12-2025, C/09/671535 / FA RK 24-6114
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:14268, Rechtbank Rotterdam, 01-12-2025, C/10/676134 / FA RK 24-2295
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:19232, Rechtbank Den Haag, 21-10-2025, C/09/688358 / FA RK 25-5270
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:1177, Gerechtshof Den Haag, 18-06-2025, 200.267.091/02 en 200.267.092/02
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/09/673266 / FA RK 24-7006
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:2525