ECLI:NL:RBDHA:2026:2981, Rechtbank Den Haag, 18-02-2026, C/09/682584 / HA ZA 25-284 — RBDHA:2026:2981
Samenvatting
In deze zaak vorderen VVNL c.s. verklaringen voor recht dat de Staat aansprakelijk is voor onrechtmatige rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft volgens VVNL c.s. namelijk ten onrechte nagelaten ambtshalve te toetsen aan artikelen 28 en 47 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Ook zou de Afdeling ten onrechte geen prejudiciële vragen hebben gesteld aan het Europese Hof van Justitie. De rechtbank wijst de vorderingen af. In de kwesties die bij de Afdeling speelden was er namelijk geen Unierecht aan de orde. Daardoor is het in de jurisprudentie ontwikkelde toetsingskader voor lidstaataansprakelijkheid bij schending van Unierecht niet van toepassing in deze zaak.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2024:13102, Rechtbank Rotterdam, 27-12-2024, C/10/689951 / KG ZA 24-1125
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2024:3987, Rechtbank Amsterdam, 10-07-2024, C/13/692040 / HA ZA 20-1079
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2023:19773, Rechtbank Den Haag, 14-12-2023, C/09/642047 / HA RK 23-43
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2023:190, Gerechtshof Amsterdam, 31-01-2023, 200.269.239/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
18 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Europees Civiel RechtZaaknummer
C/09/682584 / HA ZA 25-284
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:2981