Juristi.nl

Rechtbank stelt voorlopige zorgregeling vast voor pasgeboren kind — RBDHA:2026:3424

verdeling zorg- en opvoedingstaken / omgangsregeling minderjarige

Eiser / verzoeker

de vader

VS

Verweerder / gedaagde

de moeder

De rechtbank stelde een voorlopige zorgregeling vast waarbij het kind in oneven weken van donderdag tot zondag en in even weken van donderdag tot vrijdag bij de vader verblijft, en hield een definitieve beslissing aan tot 1 juli 2026 in afwachting van ouderschapsbemiddeling.

  • Vader verzocht week-op-week-af-regeling voor pasgeboren dochter; moeder verzette zich en pleitte voor beperkt weekendcontact
  • Praktische belemmeringen zoals grote reisafstand en ontbreken van rijbewijs bij beide ouders speelden een centrale rol
  • Rechtbank stelde voorlopige zorgregeling vast met wisselend verblijf in oneven en even weken
  • Ouders worden doorverwezen naar ouderschapsbemiddeling bij Jeugdteams Leidse Regio
  • Definitieve beslissing aangehouden tot 1 juli 2026

Samenvatting

Een jonge vader vroeg de rechtbank in Den Haag om een uitgebreide zorgregeling voor zijn pasgeboren dochter, die begin 2025 werd geboren. Hij wilde een week-op-week-af-regeling, waarbij het kind afwisselend bij hem en bij de moeder zou wonen. De moeder verzette zich hiertegen en pleitte voor een veel beperkter contact: één dag per week of om het weekend.

Beide ouders wonen ver van elkaar af en hebben geen rijbewijs. De reistijd met het openbaar vervoer tussen hun woonplaatsen bedraagt ongeveer twee uur. De moeder vond het aanvankelijk te belastend om met een baby in een kinderwagen in de trein te stappen. De vader volgt overdag een opleiding vier dagen per week en heeft een bijbaan in de weekenden, maar gaf aan zijn werk zo te kunnen plannen dat hij vrij is wanneer zijn dochter bij hem is. Na het afronden van zijn studie — naar verwachting over vijf maanden — wil hij parttime gaan werken om meer tijd voor haar te hebben.

Ondanks de onderlinge spanningen bleek er tijdens de zitting ook een constructieve kant: partijen hadden al vóór de rechtszitting afspraken gemaakt over tijdelijk contact. Het meisje verblijft momenteel iedere week van vrijdagmiddag tot zaterdagmiddag bij haar vader. Beide ouders verklaarden ter zitting dat zij de vader een rol in het leven van hun dochter willen geven en dat betere communicatie tussen hen noodzakelijk is.

De rechtbank besloot de zaak niet direct definitief af te doen, maar koos voor een tussenstap. Ze legde een voorlopige zorgregeling vast: in oneven weken verblijft het kind van donderdag 17.30 uur tot zondag 17.30 uur bij de vader, en in even weken van donderdag tot vrijdag 17.30 uur. Daarmee krijgt de vader in de oneven weken een heel weekend met zijn dochter, en in even weken slechts één nacht.

Over het halen en brengen bepaalde de rechtbank dat beide ouders dat om beurten doen — elke week neemt ieder één moment voor zijn of haar rekening. De rechter erkende dat dit voor de moeder zwaarder is dan voor de vader, en deed een suggestie: af te spreken op een tussengelegen locatie zoals Den Haag Centraal. De moeder gaf ter zitting zelf aan dat reizen inmiddels iets makkelijker gaat nu haar dochter in een buggy past.

Belangrijk onderdeel van de beslissing is de doorverwijzing naar ouderschapsbemiddeling. Beide ouders hebben aangegeven bereid te zijn aan dit traject deel te nemen, dat wordt uitgevoerd door Jeugdteams Leidse Regio. De rechtbank hoopt dat de ouders via dit traject samen afspraken kunnen maken over een definitieve regeling die past bij de groei van hun kind en de veranderende omstandigheden.

Een definitieve beslissing over de zorgregeling wordt aangehouden tot 1 juli 2026. De rechtbank wil tegen die tijd weten hoe de bemiddeling verloopt, op welke dagen de vader werkt na het afronden van zijn opleiding, en hoe de voorlopige regeling in de praktijk uitpakt. Het verzoek van de moeder om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van honderd euro per maand wordt in de uitspraak niet definitief beslist en maakt ook onderdeel uit van het aangehouden dossier.

Betrokken advocaten

mr. M.J. Boers

de vader

Boers Advocatuur, 'S-GRAVENZANDE

mr. H.H.M. de Vries-Veringa

de moeder

Advo-care, LISSE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

21 januari 2026

Zaaknummer

C/09/694415 / FA RK 25-8505

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:3424

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:5899
Rechtbank Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5859
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5858
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5860
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5861
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht