Rechter buigt zich over geldigheid inschrijving cyberveiligheidstrainingen — RBDHA:2026:3596
aanbestedingsrecht / tussenkomst / geldigheid inschrijving
Eiser / verzoeker
Dataexpert B.V.
Verweerder / gedaagde
De Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën / Belastingdienst) en De Politie
De uitspraak bevat de feiten en de procedure, maar de inhoudelijke beslissing op de vorderingen van Dataexpert is niet opgenomen in de aangeleverde tekst.
- Dataexpert betwist de beslissing van de Staat om haar inschrijving terzijde te leggen wegens een onvolledig (enkelzijdig ingescand) UEA en de aanbesteding voor Perceel 2 in te trekken
- Vestigo is toegelaten als tussenkomende partij omdat zij bij een heraanbesteding opnieuw kans wil maken op de opdracht
- De Staat verwierp beide inschrijvingen na een eerder kort geding waarin de prijsstelling van Vestigo nader onderzocht moest worden
- Kernvraag is of het ontbrekende deel van het UEA een herstelbare formele omissie is en of de Staat zijn rechten had verwerkt dit punt te handhaven
Samenvatting
Een aanbestedingsgeschil over cyberveiligheidstrainingen voor de Belastingdienst en de Politie leidde tot een kort geding bij de Rechtbank Den Haag. Dataexpert B.V. uit Veenendaal stapte naar de rechter nadat de Staat haar inschrijving op zogeheten Perceel 2 – over OSINT-trainingen (open source intelligence) – terzijde had gelegd en de aanbesteding voor dat perceel had ingetrokken.
De aanbestedingsprocedure verliep moeizaam. Aanvankelijk was het Britse bedrijf Vestigo Consulting Ltd. als winnaar aangewezen, maar Dataexpert betwistte die beslissing. Zij stelde dat Vestigo een abnormaal lage of manipulatieve prijs had ingediend en bovendien niet kon voldoen aan een aantal eisen. Na een eerste kort geding in de zomer van 2025 beval de rechter de Staat nader onderzoek te doen naar de prijsstelling van Vestigo. Uiteindelijk besloot de Staat op 23 september 2025 om beide inschrijvingen – die van Dataexpert én die van Vestigo – terzijde te leggen en de opdracht voor Perceel 2 in te trekken. De Staat kondigde aan de aanbesteding opnieuw te willen uitschrijven.
Dataexpert kon zich ook met dít besluit niet verenigen en dagvaardde de Staat opnieuw in kort geding. Zij eiste dat de intrekkingsbeslissing zou worden teruggedraaid en dat de opdracht alsnog aan haar zou worden gegund. Haar inschrijving was terzijde gelegd vanwege een onvolledig ingediend Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA): het document was slechts enkelzijdig ingescand, waardoor de achterzijde ontbrak. Dataexpert betoogde dat de Staat zijn recht had verwerkt om hierop een beroep te doen, omdat tijdens de eerdere beoordelingsfase nooit opmerkingen waren gemaakt over dit UEA. Bovendien zou het om een kleine, herstelbare fout gaan en had Dataexpert het document al in juli 2025 opnieuw aangeleverd.
Vestigo vroeg in deze nieuwe procedure om te mogen tussenkomen. De rechter wees dat verzoek toe: als de vorderingen van Dataexpert zouden worden toegewezen en de opdracht direct aan haar zou worden gegund, zou een heraanbesteding van de baan zijn. Vestigo heeft er belang bij om in een eventuele nieuwe procedure opnieuw mee te kunnen dingen. Dat Vestigo – zoals Dataexpert betoogde – bij een heraanbesteding sowieso geen kans zou maken, kon de rechter niet op voorhand vaststellen.
Centraal in de procedure stond de vraag of de Staat terecht de inschrijving van Dataexpert ongeldig had verklaard vanwege het ontbrekende deel van het UEA. Dataexpert benadrukte dat het aanbestedingsdocument inhoudelijk correct was en dat de omissie slechts een technisch-formeel karakter had. De Staat had bovendien in een eerder stadium laten doorschemeren dat herstel in beginsel mogelijk was. Toch koos de Staat er uiteindelijk voor de inschrijving af te wijzen en de aanbesteding opnieuw uit te schrijven.
De voorzieningenrechter moest beoordelen of de Staat in redelijkheid tot dat besluit kon komen, en of er voldoende grond was om de Staat te dwingen de opdracht alsnog aan Dataexpert te gunnen. Het vonnis werd gewezen op 11 februari 2026.
Betrokken advocaten
mr. J. van den Brink
eiseres
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:6402, Rechtbank Den Haag, 23-03-2026, C/09/687471 / KG RK 25-870
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2026:1293, Rechtbank Midden-Nederland, 20-03-2026, C/16/604070 / KG ZA 25-616
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2026:4235, Rechtbank Den Haag, 03-03-2026, C/09/696151 / KG ZA 25-1237
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Aanbestedingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:3706, Rechtbank Den Haag, 26-02-2026, C/09/696485 / KG ZA 25-1264
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
11 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; AanbestedingsrechtZaaknummer
C/09/692818 KG ZA 25-998
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:3596