Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:3834Civiel Recht

ECLI:NL:RBDHA:2026:3834, Rechtbank Den Haag, 25-02-2026, C/09/693200 / KG ZA 25-1026 — RBDHA:2026:3834

Samenvatting

Kort geding. De gevorderde opheffing van de tenuitvoerlegging van de gijzeling van eiser wordt afgewezen. De Staat heeft voldoende onderbouwd dat eiser met betrekking tot een groot aantal vermogensbestanddelen onvoldoende inzicht heeft verschaft in zijn financiële situatie en dat eiser de door hem gestelde betalingsonmacht alleen al daarom onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Bij deze stand van zaken is de voorzieningenrechter van oordeel dat het CJIB het betalingsvoorstel van eiser in redelijkheid als niet passend heeft kunnen afwijzen en dat voor het opheffen, dan wel het staken van de gijzeling van eiser geen grond bestaat.

Betrokken advocaten

mr. S. Schuurman

eiser

Vangoud Advocaten, ARNHEM

mr. M.N. Schouten

eiser

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

mr. H.W. Volberda

eiser

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

mr. A.B. Kardes

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

25 februari 2026

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/09/693200 / KG ZA 25-1026

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:3834

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Wrakingsverzoek vrouw tegen kantonrechter afgewezen
Rechtbank Den Haag·30 mrt 2026
Civiel Recht
Rechter gewraakt na bevooroordeelde brief in huurgeschil
Rechtbank Den Haag·30 mrt 2026
Civiel Recht
RBDHA:2026:6402
Rechtbank Den Haag·23 mrt 2026
Civiel Recht
RBDHA:2026:7260
Rechtbank Den Haag·19 mrt 2026
Civiel Recht
RBDHA:2026:6278
Rechtbank Den Haag·19 mrt 2026
Civiel Recht