ECLI:NL:RBDHA:2026:4150, Rechtbank Den Haag, 19-02-2026, 23-14461 — RBDHA:2026:4150
Samenvatting
Eiser is er met zijn verklaringen en de verwijzingen naar algemene informatie niet in geslaagd om het causale verband, tussen de weigering om de rol van zijn vader bij de broederschap op te volgen en de ontvoering en mishandeling, aannemelijk te maken. Het door eiser in beroep overgelegde iMMO-rapport kan niet tot een ander oordeel leiden. Daarnaast leiden de door eiser gestelde problemen vanwege zijn christelijke geloof niet tot een gegronde vrees op vervolging.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:6638, Rechtbank Den Haag, 25-03-2026, NL23.27898
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6643, Rechtbank Den Haag, 25-03-2026, NL24.8809
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6645, Rechtbank Den Haag, 25-03-2026, NL24.8801
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6641, Rechtbank Den Haag, 25-03-2026, NL24.7566
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
23-14461
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:4150