Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:474Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:474, Rechtbank Den Haag, 13-01-2026, NL24.3161 en NL24.3173 — RBDHA:2026:474

Samenvatting

TKB/IRV Albanië- door het tijdverloop tussen het instellen van beroep en de behandeling ter zitting van het beroep is de vraag opgekomen of een ex tunc rechterlijke controle van een terugkeerbesluit en inreisverbod volstaat. De rechter moet de rechtmatigheid van een terugkeerbesluit en een inreisverbod ex nunc beoordelen. Een andere uitleg is onverenigbaar met richtlijn 2008/115 omdat een ex tunc beoordeling niet kan worden gekwalificeerd als een doeltreffend rechtsmiddel als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/115. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak vastgesteld dat bij de oplegging van het terugkeerbesluit en het uitvaardigen van het inreisverbod rekening is gehouden met alle feiten en omstandigheden die eiser destijds naar voren heeft gebracht. Voor zover eiser zich beroept op een wezenlijke wijziging van feiten en omstandigheden die zich heeft voorgedaan na het nemen van beide besluiten, overweegt de rechtbank dat deze feiten en omstandigheden zijn betrokken bij de beslissing op de aanvraag van eiser om de afgifte van een verblijfsdocument EU/EER. Die beslissing omvat ook een terugkeerbesluit en een inhoudelijke beoordeling van de vraag of het inreisverbod van toepassing kan blijven. Eiser heeft geen feiten en omstandigheden aangedragen die zich hebben voorgedaan na die beslissing die op 24 november 2025 is genomen en kan, als van dergelijke feiten en omstandigheden sprake zou zijn, deze kenbaar maken in de procedure waarin hij opkomt tegen die beslissing. Op dit moment is niet gebleken van feiten en omstandigheden die de rechtmatigheid van het in deze procedure te toetsen terugkeerbesluit en inreisverbod aantasten. Beide beroepen zijn ongegrond.

Betrokken advocaten

mr. M.M.G. Crompvoets

eiser

Loonen Advocaten / Mediation, SITTARD

mr. N. Joseph

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

13 januari 2026

Zaaknummer

NL24.3161 en NL24.3173

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:474

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst schadevergoeding af voor Ghanese man in vreemdelingenbewaring
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Ghanees krijgt geen verblijfsdocument EU/EER: relatie onvoldoende bewezen
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter bevestigt bewaring Marokkaanse asielzoeker in grensprocedure
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter: minister moet binnen 8 weken beslissen op Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag na 21 maanden wachten
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht