Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:475Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:475, Rechtbank Den Haag, 06-01-2026, NL24.27963 — RBDHA:2026:475

Samenvatting

Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat sprake is van een geringe economische en sociale binding van eiseres met Iran. Verweerder mocht niet als zelfstandige grond tegenwerpen dat het doel en omstandigheden van het voorgenomen verblijf van eiseres onvoldoende zijn aangetoond. Ook heeft verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres niet beschikt over voldoende middelen voor haar bezoek aan Nederland. Verweerder moet alsnog een hoorzitting laten plaatsvinden, want het bezwaar kon niet als kennelijk ongegrond worden afgedaan. Het bestreden besluit kan geen stand houden. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder gebruikt heeft gemaakt van het algoritme IOB bij de besluitvorming.

Betrokken advocaten

mr. M.I. Vennik

eiser

Vennik & Blaauw Advocaten, HAARLEM

mr. F.H. van Zanden

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

6 januari 2026

Zaaknummer

NL24.27963

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:475

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst schadevergoeding af voor Ghanese man in vreemdelingenbewaring
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Ghanees krijgt geen verblijfsdocument EU/EER: relatie onvoldoende bewezen
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter bevestigt bewaring Marokkaanse asielzoeker in grensprocedure
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter: minister moet binnen 8 weken beslissen op Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag na 21 maanden wachten
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht