Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:5204Bestuursrecht; Belastingrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:5204, Rechtbank Den Haag, 10-02-2026, SGR 24/6585 — RBDHA:2026:5204

Samenvatting

Inkomstenbelasting, stakingswinst bij inbreng onderneming in B.V., inbrengwaarde dierenartspraktijk. De rechtbank oordeelt dat voor de waardebepaling op het inbrengmoment moet worden aangehaakt bij het eerdere hogere bod van ruim € 3.000.000 van een private-equity-partij; daaruit blijkt dat de hoogstbiedende gegadigde bij verkoop onder de meest gunstige omstandigheden een prijs zou hebben betaald in de ordegrootte van dat bod. De door eiser aan de inbreng ten grondslag gelegde veel lagere ondernemingswaarde van zo’n € 500.000 - gebaseerd op de zogenoemde multiple methode - is veel te laag en niet verdedigbaar. Nu eiser bewust is uitgegaan van een veel te lage inbrengwaarde, is niet de vereiste aangifte gedaan en is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. Eiser doet niet blijken dat de inbrengwaarde lager is. De rechtbank vermindert de aanslag wel, omdat deze berust op een te hoge (onredelijke) schatting door verweerder van de inbrengwaarde. (Beroep gegrond.)

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

10 februari 2026

Zaaknummer

SGR 24/6585

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:5204

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:5470
Rechtbank Den Haag·10 mrt 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
RBDHA:2026:4164
Rechtbank Den Haag·19 feb 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
RBDHA:2026:5199
Rechtbank Den Haag·19 feb 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
RBDHA:2026:5201
Rechtbank Den Haag·19 feb 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
RBDHA:2026:3556
Rechtbank Den Haag·10 feb 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht