ECLI:NL:RBDHA:2026:5204, Rechtbank Den Haag, 10-02-2026, SGR 24/6585 — RBDHA:2026:5204
Samenvatting
Inkomstenbelasting, stakingswinst bij inbreng onderneming in B.V., inbrengwaarde dierenartspraktijk. De rechtbank oordeelt dat voor de waardebepaling op het inbrengmoment moet worden aangehaakt bij het eerdere hogere bod van ruim € 3.000.000 van een private-equity-partij; daaruit blijkt dat de hoogstbiedende gegadigde bij verkoop onder de meest gunstige omstandigheden een prijs zou hebben betaald in de ordegrootte van dat bod. De door eiser aan de inbreng ten grondslag gelegde veel lagere ondernemingswaarde van zo’n € 500.000 - gebaseerd op de zogenoemde multiple methode - is veel te laag en niet verdedigbaar. Nu eiser bewust is uitgegaan van een veel te lage inbrengwaarde, is niet de vereiste aangifte gedaan en is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. Eiser doet niet blijken dat de inbrengwaarde lager is. De rechtbank vermindert de aanslag wel, omdat deze berust op een te hoge (onredelijke) schatting door verweerder van de inbrengwaarde. (Beroep gegrond.)
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2021:3674, Gerechtshof Amsterdam, 23-11-2021, 19/00639
Gerechtshof Amsterdam · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RVS:2016:333, Raad van State, 10-02-2016, 201501835/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2015:11151, Rechtbank Den Haag, 27-01-2015, AWB - 14 _ 4109
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBDHA:2014:16667, Rechtbank Den Haag, 16-12-2014, AWB - 14 _ 6854
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
SGR 24/6585
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5204