ECLI:NL:RBDHA:2026:5637, Rechtbank Den Haag, 17-02-2026, SGR 25/2749 — RBDHA:2026:5637
Samenvatting
MK. Beroep ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat geen sprake was van een gezagsverhouding tussen eiser en zijn partner, de werkgever. Eiser heeft ook weinig duidelijkheid kunnen geven over wat zijn werkzaamheden waren vanaf het moment dat hij in loondienst kwamen in hoeverre die werkzaamheden anders waren dan zijn werkzaamheden toen hij eigenaar was van de werkgever. De rechtbank komt tot de conclusie dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een gefingeerd dienstverband. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen redenen om geheel of gedeeltelijk af te zien van de herziening, intrekking en terugvordering.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:122, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-01-2026, 23/10574 PW
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:73, Centrale Raad van Beroep, 14-01-2026, 24/253 WIA-T
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:286, Rechtbank Rotterdam, 06-01-2026, ROT 25/800
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24336, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, 25/7886
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
SGR 25/2749
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5637