ECLI:NL:RBDHA:2026:6632, Rechtbank Den Haag, 11-03-2026, NL24.44116 — RBDHA:2026:6632
Samenvatting
Samenvatting: Eiseres heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning op basis van artikel 8 van het EVRM ingediend. De minister heeft vervolgens aan eiseres ambtshalve een verblijfsvergunning voor ‘medische behandeling’ verleend en zich op het standpunt gesteld dat omdat eiseres in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning voor medische behandeling, verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM niet meer aan de orde is. De rechtbank volgt eiseres dat de toetsingsvolgorde die de minister heeft aangehouden niet in lijn is met de toetsingssystematiek van het Vb. Verder kan het ook niet zo zijn dat de minister de inhoudelijke beoordeling van de specifieke aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 8 van het EVRM kan omzeilen door verlening van een tijdelijke medische verblijfsvergunning.
Betrokken advocaten
mr. R.R. Scholtens
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:22920, Rechtbank Den Haag, 17-11-2025, NL25.41001
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22452, Rechtbank Den Haag, 31-10-2025, NL25.48903
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4700, Raad van State, 03-10-2025, BRS.25.001329
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4404, Raad van State, 19-09-2025, BRS.25.001241
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL24.44116
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6632