Rechter dwingt minister tot besluit op asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2026:6860
asiel / niet tijdig beslissen / dwangsom
Eiser / verzoeker
Asielzoeker (naam geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep gegrond verklaard: minister moet binnen zestien weken beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.
- De wettelijke beslistermijn op de asielaanvraag van 24 juli 2025 was verstreken zonder besluit van de minister
- De rechtbank past het 8+8-wekenmodel toe en geeft de minister zestien weken om alsnog te beslissen
- Bij overschrijding van de nieuwe termijn geldt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000
- De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €467
Samenvatting
Een asielzoeker heeft met succes beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd een beslissing nam op zijn asielaanvraag van 24 juli 2025. De rechtbank deed uitspraak zonder zitting.
De wet schrijft voor dat de minister binnen een bepaalde termijn moet beslissen op een asielaanvraag. Die termijn was in dit geval verstreken zonder dat er een besluit was genomen. De asielzoeker gaf de minister vervolgens nog twee weken de kans om alsnog te beslissen, maar ook dat bleef uit. Daarop stapte hij naar de rechter.
De rechtbank stelde vast dat het beroep terecht was ingesteld en verklaarde het gegrond. Bij het bepalen van een nieuwe, redelijke beslistermijn volgde de rechtbank de zogenoemde 8+8-wekenmethode, een aanpak die door de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is voorgeschreven. Dat houdt in dat de minister in totaal zestien weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van de uitspraak.
Om te zorgen dat de minister zich aan deze nieuwe termijn houdt, legde de rechtbank een dwangsom op. Voor elke dag dat de minister de zestien-wekentermijn overschrijdt, moet hij honderd euro betalen aan de asielzoeker. De dwangsom loopt op tot een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de asielzoeker vergoeden, vastgesteld op 467 euro.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1763, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL25.35573 en NL25.35574
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1369, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.61623
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtbank gebiedt minister alsnog besluit asielaanvraag
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:849, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, NL25.48670
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.11898
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6860