Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7183Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt IND tot snel beslissen op te lang uitgestelde asielaanvraag — RBDHA:2026:7183

Niet-tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom IND

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (anoniem)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen twee weken beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.

  • De verlenging van de beslistermijn met negen maanden via WBV 2023/3 is onvoldoende gemotiveerd en mist daardoor rechtsgrond; de wettelijke termijn van zes maanden geldt.
  • De maximale Europese beslistermijn van 21 maanden onder de Procedurerichtlijn was al op 9 oktober 2025 overschreden.
  • Minister moet binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit nemen op de asielaanvraag.
  • Bij overschrijding van die termijn verbeurt de minister een rechterlijke dwangsom van €100 per dag tot maximaal €15.000.
  • Proceskosten worden vergoed ten bedrage van €467 (0,5 punt voor indienen beroepschrift).

Samenvatting

Een asielzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg) met succes geklaagd dat de immigratiedienst IND al veel te lang wacht met een beslissing op zijn asielaanvraag. De minister van Asiel en Migratie had de wettelijke beslistermijn ruimschoots overschreden, zonder daarvoor een deugdelijke rechtsgrond te hebben.

Normaal gesproken moet de IND binnen zes maanden beslissen op een asielaanvraag. De minister had geprobeerd die termijn met negen extra maanden te verlengen via een zogeheten Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire (WBV 2023/3), maar de rechtbank oordeelt dat die verlenging onvoldoende is onderbouwd. Daardoor ontbreekt de rechtsgrond aan het verlengingsbesluit en geldt gewoon de wettelijke termijn van zes maanden.

Bovendien was ook de maximale Europese termijn van 21 maanden — die geldt in bijzondere omstandigheden onder de Procedurerichtlijn — al op 9 oktober 2025 verstreken. De asielzoeker had de IND eerder schriftelijk in gebreke gesteld, maar het duurde daarna langer dan twee weken voordat alsnog een beslissing volgde. Dat gaf hem het recht om naar de rechter te stappen.

De rechtbank verklaart het beroep dan ook gegrond en vernietigt het uitblijven van een besluit — dat juridisch gelijkgesteld wordt aan een besluit. De minister krijgt nu twee weken de tijd om alsnog een beslissing te nemen op de asielaanvraag. Doet de IND dat niet op tijd, dan loopt er een dwangsom op van €100 per dag, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet de minister €467 aan proceskosten aan de asielzoeker vergoeden.

Betrokken advocaten

mr. A.P.E.M. Pover

eiser

Koning & Pover Advocaten, MEPPEL

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 maart 2026

Zaaknummer

NL25.37939

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7183

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst schadevergoeding af voor Ghanese man in vreemdelingenbewaring
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Ghanees krijgt geen verblijfsdocument EU/EER: relatie onvoldoende bewezen
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter bevestigt bewaring Marokkaanse asielzoeker in grensprocedure
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter: minister moet binnen 8 weken beslissen op Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag na 21 maanden wachten
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht