Rechter wijst voorlopige voorziening af na uitspraak in hoofdzaak — RBDHA:2026:7295
Dublin-overdracht / voorlopige voorziening asielrecht
Eiser / verzoeker
verzoekster (asielzoekster)
Verweerder / gedaagde
minister van Asiel en Migratie
Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen omdat de bodemzaak op dezelfde dag al was beslist.
- Asielaanvraag niet in behandeling genomen wegens Dublin-verantwoordelijkheid van Duitsland
- Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de bodemzaak gelijktijdig is beslist
- Geen inhoudelijke beoordeling van het verzoek
- Geen proceskostenveroordeling uitgesproken
Samenvatting
Een vrouw die asiel had aangevraagd in Nederland, vroeg de rechter om een voorlopige voorziening. Zij wilde hiermee voorkomen dat zij naar Duitsland zou worden overgedragen, omdat de minister van Asiel en Migratie had besloten haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Volgens de minister is Duitsland verantwoordelijk voor de behandeling van haar aanvraag, op grond van de zogeheten Dublin-verordening.
De vrouw tekende bezwaar aan tegen dit besluit en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. Zo'n voorziening wordt doorgaans gevraagd om te voorkomen dat een overdracht plaatsvindt zolang de rechtszaak nog loopt.
De voorzieningenrechter constateerde echter dat de rechtbank op dezelfde dag al uitspraak had gedaan in de onderliggende beroepszaak. Daarmee was er geen reden meer om de voorlopige voorziening in stand te houden of te beoordelen. Het verzoek werd dan ook afgewezen, zonder dat de rechter de inhoud ervan heeft beoordeeld. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep of verzet open.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6406, Raad van State, 24-12-2025, BRS.25.002602
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26201, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, NL25.43017
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25430, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, NL25.43018
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24273, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, NL25.16328
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.12790
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7295