Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7367Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter stuurt asielzoeker terug naar Kroatië ondanks geweldservaringen — RBDHA:2026:7367

Dublinverordening / asieloverdracht aan Kroatië / interstatelijk vertrouwensbeginsel

Eiser / verzoeker

Asielzoeker van onbekende nationaliteit

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep ongegrond verklaard; de asielaanvraag wordt niet in Nederland behandeld en de man wordt overgedragen aan Kroatië.

  • Kroatië is op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk voor de asielaanvraag, nu eiser daar aantoonbaar is ingereisd en een aanvraag heeft ingediend.
  • Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak mag Nederland voor Kroatië nog steeds uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
  • Eisers ervaringen met pushbacks en geweld betreffen zijn situatie als irreguliere grensoverschrijder, niet als geregeld overgedragen Dublinclaimant — dit onderscheid is doorslaggevend.
  • Kroatië heeft via het claimakkoord gegarandeerd de Europese asiel- en opvangrichtlijnen te respecteren; klagen bij Kroatische autoriteiten is mogelijk en niet bij voorbaat zinloos.

Samenvatting

Een man van onbekende nationaliteit, geboren in 2001, vroeg in november 2025 asiel aan in Nederland. Uit het Eurodac-systeem bleek dat hij enkele dagen eerder, op 27 oktober 2025, illegaal via Kroatië de Europese Unie was ingereisd en daar ook al een asielaanvraag had ingediend. Op grond van de Dublinverordening verzocht Nederland Kroatië om de man terug te nemen. Kroatië stemde daarmee in op 30 december 2025.

De man verzette zich tegen overdracht aan Kroatië. Hij stelde dat hij bij aankomst in dat land slachtoffer was geworden van geweld door de Kroatische autoriteiten en gedwongen de Sloveense grens over was gezet — een zogenoemde pushback. Klagen was volgens hem onmogelijk geweest, omdat dit binnen enkele uren was gebeurd. Hij voerde aan dat Kroatië structureel asielzoekers gewelddadig behandelt en dat Nederland daarom niet zonder meer op dat land mag vertrouwen.

De rechtbank erkent dat pushbacks en grensgeweld in Kroatië een bekend probleem zijn, maar volgt de lijn die de hoogste bestuursrechter, de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, eerder heeft uitgezet. Die heeft geoordeeld dat Nederland voor Kroatië in beginsel nog steeds mag uitgaan van het zogenoemde interstatelijk vertrouwensbeginsel: de aanname dat een EU-lidstaat asielzoekers behandelt conform Europese regels. Het is aan de asielzoeker zelf om aannemelijk te maken dat zijn situatie een uitzondering rechtvaardigt.

Daarin slaagt de man niet, aldus de rechtbank. Zijn ervaringen met geweld gingen over zijn eerste aankomst in Kroatië als irreguliere migrant aan de buitengrens — niet over de situatie als iemand die via een geregelde Dublintransfer wordt overgedragen. De rechtbank benadrukt dat een overdracht als Dublinclaimant een andere situatie is: georganiseerd, met garanties van de Kroatische autoriteiten dat zijn asielaanvraag in behandeling wordt genomen. Kroatië heeft via het claimakkoord bovendien toegezegd de Europese asiel- en opvangrichtlijnen te respecteren. Mochten er toch problemen optreden, dan kan de man daarover klagen bij de Kroatische autoriteiten. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat dit bij voorbaat zinloos zou zijn.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De asielaanvraag blijft niet-behandeld in Nederland, en de man kan worden overgedragen aan Kroatië.

Betrokken advocaten

mr. A. Akhiat

eiser

Haag & Duin Advocatuur, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Zaaknummer

NL26.14985

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7367

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:8220
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8025
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8096
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8111
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8112
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht