Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7388Strafrecht

Rechter ontneemt jonge vrouw €940 na overvalwinst vriend — RBDHA:2026:7388

ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel / witwassen

Eiser / verzoeker

Openbaar Ministerie

VS

Verweerder / gedaagde

Veroordeelde (geboren 2001)

De betalingsverplichting wordt vastgesteld op €940 (het geschatte voordeel van €2.000 minus €1.060 voor de verbeurdverklaarde Louis Vuitton-tas), aanzienlijk lager dan de gevorderde €7.380.

  • Witwassen van een voorwerp levert op zichzelf geen wederrechtelijk verkregen voordeel op; de rechtbank baseert ontneming op artikel 36e lid 3 Sr (andere strafbare feiten).
  • Wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op €2.000, ver onder de gevorderde €7.380, omdat alleen de ontvangen schenking van de vriend als voordeel wordt aangemerkt.
  • Verbeurdverklaring van de Louis Vuitton-tas (€1.060) wordt in mindering gebracht op de betalingsverplichting.
  • Overschrijding redelijke termijn geconstateerd maar leidt niet tot verdere verlaging, omdat de strafzaak al strafmatiging toepaste.

Samenvatting

Een jonge vrouw uit Den Haag moet €940 terugbetalen aan de staat, omdat zij geld heeft ontvangen dat afkomstig was uit een gewapende overval. De rechtbank Den Haag deed deze uitspraak in een zogenoemde ontnemingszaak, een procedure die los staat van de eigenlijke strafzaak maar op dezelfde dag werd afgewikkeld.

De zaak draait om een overval op de Albert Heijn aan Het Kleine Loo in Den Haag op 9 december 2020. Bij die overval werden naast een geldbedrag ook 95.000 koopzegels gestolen met een waarde van ongeveer €9.500. De toenmalige vriend van de vrouw was betrokken bij het verzilveren van die gestolen zegels. Zeven dagen na de overval, op 16 december 2020, ontving de vrouw van hem een bedrag van €2.000. Volgens de rechtbank was dit geld afkomstig uit de opbrengst van de gestolen zegels of uit een ander strafbaar feit.

In de bijbehorende strafzaak werd de vrouw veroordeeld voor witwassen van een Louis Vuitton-tas, die zij met dat geld had gekocht. De tas had een aanschafwaarde van €1.060 en werd verbeurdverklaard. In de ontnemingszaak stelde het openbaar ministerie aanvankelijk het wederrechtelijk verkregen voordeel op €7.380, maar de rechtbank schattes dat bedrag veel lager: op €2.000, het bedrag dat zij daadwerkelijk van haar vriend had ontvangen.

De rechtbank benadrukte dat het enkele bezit van een witgewassen voorwerp — de tas — op zichzelf niet betekent dat de vrouw voordeel heeft behaald uit het witwassen zelf. De grondslag voor de ontneming moest daarom worden gezocht in een andere wettelijke bepaling, namelijk de regeling die ontneming toestaat wanneer aannemelijk is dat andere strafbare feiten hebben bijgedragen aan het verkregen voordeel.

Op het geschatte bedrag van €2.000 bracht de rechtbank de waarde van de verbeurdverklaarde tas (€1.060) in mindering, omdat die verbeurdverklaring al een deel van het onrechtmatig verkregen voordeel wegneemt. Bovendien stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden, maar zag zij geen aanleiding het bedrag verder te verlagen — mede omdat in de strafzaak al rekening was gehouden met die overschrijding bij het bepalen van de straf.

De vrouw, die geboren is in 2001 en dus ten tijde van de overval negentien jaar oud was, moet uiteindelijk €940 betalen aan de staat. Als een andere veroordeelde in deze zaak dat bedrag al (deels) heeft voldaan, wordt zij voor dat deel vrijgesteld van betaling. Bij niet-betaling kan maximaal negen dagen gijzeling worden opgelegd.

Betrokken advocaten

mr. I.A. van Straalen

verweerder

Summit Advocaten, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

09-029460-21 (ontneming)

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7388

Bekijk op rechtspraak.nl