Rechter dwingt minister tot beslissen op te lang uitgestelde asielaanvraag — RBDHA:2026:7423
asielrecht / niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom
Eiser / verzoeker
Asielzoekster (naam geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen zestien weken beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 proceskosten vergoeden.
- De wettelijke beslistermijn op de asielaanvraag van 18 april 2025 is door de minister overschreden zonder dat een besluit is genomen.
- De rechtbank past het '8+8 wekenmodel' toe en legt de minister een nieuwe beslistermijn van zestien weken op.
- Bij overschrijding van die termijn verbeurt de minister een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000.
- De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €467 aan proceskosten.
Samenvatting
Een asielzoekster heeft met succes beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd heeft beslist op haar asielaanvraag, die zij indiende op 18 april 2025. De minister liet de wettelijke beslistermijn verstrijken zonder een besluit te nemen.
Nadat de termijn was overschreden, sommeerde de vrouw de minister om alsnog binnen twee weken te beslissen. Ook aan die sommatie gaf de minister geen gehoor. Daarop stapte zij naar de rechter. De rechtbank oordeelde dat het beroep wegens het uitblijven van een tijdig besluit ontvankelijk en kennelijk gegrond is.
Bij het vaststellen van een nieuwe beslistermijn volgde de rechtbank het zogeheten '8+8 wekenmodel', een aanpak die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft voorgeschreven. Concreet betekent dit dat de minister zestien weken de tijd krijgt om alsnog een inhoudelijk besluit te nemen op de asielaanvraag. Die termijn gaat in op de dag na de bekendmaking van de uitspraak.
Om naleving af te dwingen legt de rechtbank een dwangsom op. Voldoet de minister niet binnen de gestelde zestien weken, dan verbeurt hij een dwangsom van honderd euro per dag, met een maximum van vijftienduizend euro. Ook moet de minister de proceskosten van de asielzoekster vergoeden, die de rechtbank heeft vastgesteld op 467 euro.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1813, Rechtbank Den Haag, 03-02-2026, NL25.51771
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1812, Rechtbank Den Haag, 03-02-2026, NL25.51770
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1589, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.59773
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1264, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.62772
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.10472
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7423